-
-
160 m
0 m
0
36
72
144,66 km

Skoðað 5sinnum, niðurhalað 1 sinni

nálægt Lippenhove, Flanders (Belgique)

RVV 2019 laatste 139 vd 229km
Door haar vele bewaard gebleven 'bouwfragmenten' is de Velzeekse Sint-Martinuskerk bijzonder interessant voor (kunst)historici. Een deel van het bestaande koor dateert uit de Karolingische periode, wat uniek is in Vlaanderen. Het is gebouwd in Balegemse zandsteen, kalksteen, ijzerzandsteen en Gallo-Romeins recuperatiemateriaal. De massieve westtoren werd in de 13de eeuw opgetrokken in Balegemse zandsteen. Contactgegevens: -Sint-Martinuskerk -9620 Velzeke -Sint-Martinusplein

Auteur: StapAf: Oost-Vlaanderen met de fiets en te voet
Meer informatie
Dit monument van landelijk cultuur werd voor het eerst afgebeeld op een rolkaart die in 1624 in opdracht van het klooster van Nieuwenbos werd gemaakt, en is tegenwoordig in zeer gammele staat. Maar de molen is sinds 2005 wel een berschermd monument en vzw Natuurpunt heeft de ambitie om de molen weer te laten draaien. In de onmiddelijke buurt bevinden zich enkele oude hoogstamboomgaarden toebehorend aan de aanpalende hoeven.

Auteur: Toerisme Brakel
Meer informatie
De Boembekemolen is een watermolen in het Belgische dorp Michelbeke. De molen staat zowat op de kruising van de Zwalm en het Mijnwerkerspad. De benaming Boembekemolen komt voort van de molenaarsfamilie Boembeke die hier in 1396 reeds actief was.
In 1544 wordt de molen voor het eerst vermeld als eigendom van graaf Lamoraal van Egmont. Pas in de nasleep van de Franse Revolutie kwam de Boembekemolen, net als zovele andere kerkelijke en adellijke eigendommen, in particulier bezit terecht. In de tweede helft van de 19de eeuw verloor de Boembekemolen geleidelijk aan zijn laatmiddeleeuwse uitzicht. Houten onderdelen werden vervangen door gietijzer en ook de gebouwen zelf werden aanzienlijk uitgebreid. Rond 1900 deed het industriële tijdperk zijn intrede met de plaatsing van een stoommachine die later werd vervangen door de nog steeds aanwezige dieselmotor.

Auteur: Wikipedia
Meer informatie
De Leberg voor de renners in de Ronde van Vlaanderen aan de Berendries moeten beginnen, krijgen ze doorgaans eerst nog deze kuitenbijter voorgeschoteld. Het is een smalle asfaltweg die hoogteverschil van 39 meter overbrugt. Langs de Leberg vind je ook forelvijvers, waar vissers uit heel Vlaanderen naartoe komen om een hengeltje te werpen.

Auteur: Toerisme Brakel
Meer informatie
Open wegkapel tussen twee linden naast voetweg naar Sint-Apolloniastraat. Rechthoekige verankerde bakstenen kapel onder pannen zadeldak, minstens opklimmend tot midden 19de eeuw, nog aangepast in de eerste helft van de 20ste eeuw. Gewitte gevelcementering met schijnvoegen en gepikte plint in imitatierots. Puntgevel met topaflijning door gepikte gecementeerde imitatieboomstam en bekronend smeedijzeren kruis. Hoge rondboog met vernieuwd laag houten hek. Bepleisterd en geschilderd interieur met gebogen gewelf en smeedijzeren wandhaken. In het vierde kwart van de 20ste eeuw vernieuwde vloer en vernieuwd houten kruis. Oorspronkelijk geschilderd houten Christusbeeld uit de 19de eeuw, recent gedecapeerd en verwijderd uit de kapel door de eigenaars. DHANENS E., Kanton Sint-Maria-Horebeke, tekst, Inventaris van het kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VII, Gent, 1971, p. 65

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
De Berendries werd voor het eerst opgenomen in de Ronde van Vlaanderen in 1984 en zal in 2010 voor de 26ste keer woden beklommen. De klim bestaat van start tot finish uit asfalt en heeft een maximum stijgingspercentage van 14%. Daarmee is het één van de leukste beklimmingen uit de Vlaamse Ardennen, zeker voor zij die niet van asfalt houden. De Berendries ligt in Oost-Vlaanderen en maakt deel uit van de Vlaamse Ardennen . Vanaf Sint-Maria-Oudenhove is de Berendries 0.9 km lang. Over deze afstand overbrug je 65 hoogtemeters. Het gemiddelde stijgingspercentage van de klim is bijgevolg 7.2 %. De maximale hellingsgraad is 14 %.

Auteur: Bartrobbens
Meer informatie
* Zogenaamd kasteel van Lilare, ook soms zogenaamd "kasteel Norman" of "kasteel van Oudenhove"; huidig Sint-Franciscusinstituut omvat een lyceum met internaat, vrije lagere basisschool en moederklooster van de zusters van de congregatie van Sint-Franciscus van Opbrakel. Historisch kasteeldomein gelegen ten oosten naast de Zwalmbeek, teruggaand op de heerlijkheid Lilare die als belangrijkste van de zes heerlijkheden binnen de parochie Sint-Maria-Oudenhove beschikte over een eigen vierschaar en de drie justitiegraden. Aangaande de ontstaansgeschiedenis van de kasteelsite is slechts weinig met zekerheid bekend en ook over de latere bouwevolutie ontbreekt nog veel informatie. Reeds van in de 12de eeuw zijn er heren met de naam van Lilaere bekend doch nog geen aantoonbare bewijzen dat zij tevens heer waren van het gelijknamige goed te Sint-Maria-Oudenhove. Minstens sinds de eerste helft van de 15de eeuw zou de familie van Herzele in het bezit geweest zijn van de heerlijkheid Lilare. Op kaart van het Land van Aalst van 15(9)6 door J. Horenhault aangegeven als omgrachte site genaamd "t hof ten Broucke"; volgens een vermelding van 1539 betrof "thof ten broucke" toen een pachthoeve van een van Herzele, heer van Lilare. Op kaart in A. Sanderus Flandria Illustrata van 1644 aangeduid als "’t casteel ten Broucke". In 1657 verkoop van de heerlijkheid Lilare en het waterkasteel door de Rodoans, nazaten van de van Herzeles, aan ridder Pieter Blondel. Nadat het circa 1667 door brand was geteisterd, in de tweede helft van de 17de eeuw herbouwd door Pieter Blondel, vanaf 1675 baron van Sint-Maria-Oudenhove. Van 1756 tot 1810 in het bezit van de familie de Norman. Op de Ferrariskaart (1771-1778) aangeduid als "chateau de Lilaers" met kasteel binnen een omgracht ruim rechthoekig park met kenmerkende geometrische aanleg. In de eerste helft van de 19de eeuw eigendom van/ bewoond door de familie Maes-Mathot; circa 1850 verkocht aan Vermeulen; nadien geërfd door graaf Mizaël le Mesre de Pas; tot 1933 als buitenverblijf in het bezit gebleven van dezelfde familie. Aangekocht in 1933 door de zusters van Sint-Franciscus van Opbrakel die er eerst een rusthuis in onderbrachten en sinds 1938 een meisjesschool met internaat. Een 120 meter lange rechte toegangsdreef, afgeboord door linden en een kastanje, leidt vanuit het N. naar een omgracht, diep rechthoekig kasteelpark; poortgebouw en kasteel in de as van de toegangsdreef met aan de straat twee geprofileerde hardstenen postamenten bekroond door siervaas met slingers. * Poortgebouw uit de 17de eeuw achter de gemetste bakstenen brug over de noordelijke kasteelgracht; bakstenen brugleuningen recent vervangen door ijzeren leuningen. Overzolderde centrale toegangspoort met flankeertorens en zijvleugels, als hoeve gebruikt tot eind jaren 1950, huisvest sindsdien het centraal bestuur en algemeen economaat van de congregatie van de zusters van Sint-Franciscus van Opbrakel. Gerestaureerd begin jaren 1990 naar ontwerp van architect L. Sledsens en D. Baston met vervanging van veel natuursteen en houtwerk; beide dwarsvleugels gedeeltelijk aangepast en sommige ruimten ervan binnenin volledig vernieuwd. Bak- en zandstenen poortgebouw van twee verdiepingen, afgedekt door steil schilddak (leien) overstekend op houten modillons. Centrale doorrit aan weerszij met in geblokte omlijsting gevatte korfboogpoort. Voorgevel (op het noorden) verrijkt met hoekkettingen en regelmatige speklagen, verweerde jaarsteen en gesculpteerd wapenschild van Blondel-de Blondel. Centraal gebogen bovenvenster onder dito, getrapt dakvenster. Achtergevel daarentegen voorzien van twee kleine rechthoekige bovenvensters (omlijstingen met oren samen met vroegere kaleilaag van het gehele poortgebouw verwijderd); verhoogde centrale muurdam met vlechtingen en schoorsteen. Jaartal 1755 en opschrift IBI op linker vleugel van toegangspoort in voorgevel; 1993 op vernieuwd deel ervan verwijzend naar restauratie. Samengestelde balklaag in doorrit; behouden zoldergebinte en binnendeuren. Beide vierkante flankeertorens van drie bouwlagen onder tentdak met uivormige bekroning (leien), gestileerd van vorm sinds restauratie. Vroegere cel in de onderbouw van westelijke flankeertoren: jaartal 1684 geajoureerd in ijzeren buitenbekleding van verlaagde deur in doorrit, binnenin vernieuwde vloer en gewelf. Houten spiltrap bewaard in oostelijke flankeertoren. Westvleugel van vier traveeën, loodrecht op ten zuiden en deels achter westelijke flankeertorentje; twee eerste traveeën met bakoven sterk vernieuwd. Volgende drie traveeën onder steil leien zadeldak tussen trapgevels, van 1878. Neogotische trapgevel (ten zuiden) met jaarsteen 1878, verwijzend naar bouwjaar en herstel van poortgebouw door toenmalige eigenaar Mizaël le Mesre de Pas. Brede oostvleugel van baksteen en merendeels vervangen zandsteen, loodrecht op ten zuiden en deels achter oostelijk flankeertorentje; twee bouwlagen onder schilddak (leien). Vroeger boerenhuis waarvan bovenverdieping gebruikt als hooizolder. Drie korfbogen op begane grond van zuidelijke lijstgevel bij de restauratie volledig geopend; centraal tuitvormig dakvenster verwijderd. Behouden gebogen deur in omlijsting in oostgevel. Gemoderniseerd houtwerk en sterk gewijzigde interieurinrichting; een behouden moerbalk op zandstenen console op begane grond. Ten oosten, naast en parallel aan de noordelijke kasteelgracht: lage vroegere stallen; in de zuidgevel bewaarde oude poort en deur. Wellicht aangepast samen met de vergroting ten oosten in de jaren 1930. Parallel ertegenover: voormalige dwarsschuur onder pannen zadeldak; merendeels vernieuwde houten constructie aangepast tot garage. Kasteel. Volgens sommige auteurs zou het in de tweede helft van de 17de eeuw herbouwde kasteel onder de familie Norman nogmaals door brand verwoest zijn en bijgevolg in de tweede helft van de 18de eeuw of circa 1800 herbouwd; vermoedelijk echter circa 1850 of begin van het derde kwart van de 19de eeuw door de familie Vermeulen vrijwel herbouwd (zie initialen A V van Vermeulen in de ijzeren borstwering van de bordestrap voor de ingang naast interieurelementen met stilistische kenmerken typerend voor het derde kwart van de 19de eeuw). In het vierde kwart van de 19de eeuw en begin 20ste eeuw uitgebreid en ook binnenin deels vernieuwd door de familie Mizaël le Mesre de Pas; de letters M P in het decoratieve ijzerwerk van het bovenlicht van de voordeur zouden naar deze laatste adellijke bezitters verwijzen. Vooraanzicht van kasteel in begin 20ste eeuw gewijzigd bij uitbreiding, (na vergelijking met oude prentbriefkaart) namelijk door verplaatsing van de gevel van het middenrisaliet naar voren; tezelfdertijd vroeger schilddak aangepast tot mansardedak en plaatsing van hoger opgaande steile afgeknotte torenspitsen boven de hoekrisalieten in plaats van lagere half koepelvormige afdekking; verbouwing gepaard met interieuraanpassing (1906-1907). Kasteel van twee bouwlagen op hoog souterrain met gewelfde ruimten. Overwegend gewitte, bepleisterde lijstgevels; voorgevel met van het 18de-eeuwse kasteel gerecupeerde (?) zandstenen in de sokkel en rondom de rondbogige voordeur. Door risalieten en geblokte pilasters gelede gevels, twee registers van steekboogvensters. Centraal deurrisaliet bekroond door klein driehoekig fronton; nog geaccentueerd door rondbogig deurvenster met ijzeren balkonleuning en fraaie hardstenen pui. Achtergevel sedert midden 19de eeuw vrijwel niet meer gewijzigd; vertoont weinig uitgesproken smalle hoekrisalieten en een middenrisaliet van drie traveeën Vensterregisters met 19de-eeuws houtwerk, persiennes; centrale vensterdeur met verbredende steektrap; vensterdeur erboven met fijne ijzeren balkonleuning. Interieur. Huidige interieuraankleding voornamelijk bepaald door aanpassingen uit begin 20ste eeuw, doch nog midden 19de-eeuws karakter deels in achterste deel van verhoogde begane grond en op bovenverdieping met waardevol aspect zoals: houten Engelse trap met fijne spijlenleuning en gegroefde cilindervormige trappaal; neoclassicistisch salon in linker achterkamer met typerende schouwmantel van zwarte en witte marmer, centraal cirkelvormig verdiept plafond met stuclijstwerk en rozetmotieven, fraaie parketvloer met decoratief inlegwerk voor boorden; vensters met authentiek sluitwerk en hoge dubbele deuren. Inkomhal in neo-Vlaamse-renaissancestijl: fraaie houten lambrisering met ingewerkte omlijste deuren, hoge natuurstenen schouwmantel (gedateerd 1906) waarvan de met hout beklede boezem een schilderij omkadert; balklaag met moerbalken op met wapenschilden versierde gesculpteerde stenen consoles; meerkleurige decoratieve tegelvloer; in kamerhoek naast het portaal: houten trap met toegangsdeur tot het grote trappenhuis ernaast uit begin 20ste eeuw. Vroeger fumoir of huidig zogenaamd "groene salon" in art-nouveaustijl met fraai houtwerk: lambriseringen, bekleding schouw en flankerende aangepaste kasten, omlijstingen van deuren, vensters en de bogen naar beide kleine zijruimten; plafond met decoratieve beschildering. Minstens sinds de eerste helft van de 19de eeuw kasteel aan weerszij geflankeerd door aansluitende lagere afhangen met een symmetrische aanleg (vroeger koetshuis, stallingen, personeelswoningen). De symmetrische opstand zoals bekend door oude prentbriefkaart van circa 1900 ging door wijziging van deze kasteelaanbouwen tot nieuwe lokalen ten behoeve van de instelling na 1933 verloren: oostvleugel vervangen door een vrijwel gelijkaardig volume in 1934 en bouw van nieuwe westvleugel in 1947; laatst genoemde vleugel verruimd en uitgebreid tot over de westelijke walgracht; omvat een opvallend hoger opgaande volume van vroegere kapel gewijd aan de Gelukzalige Maria Goretti, onder loodrecht gelegen zadeldak met dakruiter, naar ontwerp van architect Adrien Bressers (Gent) en ingewijd in 1949. Circa 1988 wijziging van westvleugel onder meer door invoeging van nieuwe kapel op bovenverdieping voorzien van aangepaste vensters met moderne glasramen en betonnen biechtstoelen. Om een grotere eenheid met het kasteel te bekomen werden de zijvleugels witgeschilderd. Schoolgebouw naast het omgracht kasteelpark, schuin ingeplant tussen de westelijke kasteelgracht en de Zwalmbeek, gebouwd in 1959-60 op heipalen en met bouwelementen van de Wereldtentoonstelling van 1958; skeletbouw van drie verdiepingen met haast volledig opengewerkte voorgevel, een glas- en ijzerconstructie afkomstig van het expopaviljoen van "Union Minière du Haut Katanga"; monumentale inkomhal van twee verdiepingen hoog met moderne open trap; begane grond omvat achter de hal een zaal en klassen, klaslokalen ook op tweede niveau, internaat op tweede bovenverdieping Kasteelpark met rechthoekige omgrachting en kleine vijver, gevoed door bron, minstens opklimmend tot de tweede helft van de 18de eeuw (zie de Ferrariskaart van 1771-1778); grachtenpatroon mogelijk deels teruggaand op een aangepaste oudere site met walgrachten (laat-middeleeuws ?). Huidige parkaanleg met reminiscenties aan een park in landschapsstijl vermoedelijk uit de eerste helft van de 19de eeuw. Typische "folie" kenmerkend voor eind 18de eeuw tot het eerste helft van de 19de eeuw op het eilandje met heuvel in de zuidwestelijke achterhoek van het kasteelpark, bereikbaar via een met ruwe natuurstenen gemetst boogbrugje: zeldzaam voorbeeld van een zogenaamde "grotto" op hoek van eilandje naast slotgracht: kunstgrot van natuursteen en baksteen met mortelbezetting, overwelfde gangen en ruimten met imitatiestalactietenzoldering, meerdere toegangen en trap naar terras bovenop de grot; bijbehorende tuinbeelden op de helling ernaast: natuurstenen borstbeelden van "Jean qui rit" en "Jean qui pleure"; gehavend terracottabeeld van zittende kluizenaar (?) in nis van westelijke grotwand. In de zuidoostelijke achterhoek van kasteelpark gelegen kapelletje van 1943, toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Banneux; open breukstenen constructie onder overstekend half schilddak. Ommuurde uitgestrekte rechthoekige moestuin omgeven door weiland, gelegen ten oosten naast het kasteelpark; bereikbaar via vernieuwd brugje over de oostelijke kasteelgracht met ijzeren toegangangshek aan dito hekpijlers. Midden tegen de noordelijke moestuinmuur: aanleunend klein bakstenen bijgebouw (stal ?) onder pannen zadeldak.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
Op de eerste maandag van maart is het jaarmarkt in Geraardsbergen. Daar wordt het einde van de winter gevierd met de krakelingenwopr en de tonnekensbrand. Krakelingen zijn ringvormige broodjes. Eén van de krakelingen bevat een gouden sieraad. De broodjes worden in de menigte gegooid. Aan het eind van het feest wordt een houten ton in brand gestoken dat het begin van de lente symboliseert. Aan de autoriteiten wordt ook wijn met levende visjes geschonken, maar dat gebruik is omstreden. Het gebruik van de tonnekensbrand is voorgesteld om op de lijst te komen van het UNESCO Werelderfgoed.

Auteur: Dromos
Meer informatie
Zogenaamde "Manneken Pis" voor het stadhuis. Een stadsrekening van 1455-56 vermeldt de bestelling van een lattoenen of geelkoperen beeldje en de ontwerper Gillis van der Jeught. In 1459 werd Reynier van Tienen, kopergieter te Brussel, ervoor betaald. Volgens F. De Cacamp bevond het beeldje zich voor het huis "den Gulden Cop" naast het stadhuis. Huidig beeldje, volgens V. Fris uit de 18de eeuw, stond eertijds bovenaan de Brugstraat, in 1835 verplaatst voor het stadhuis, in 1899 voor de kiosk en 1965 terug voor het stadhuis.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
De klim van Fabian Cancellara in 2010 op de Muur van Geraardsbergen was zo spectaculair dat er sommigen zijn prestatie verklaarden doordat er een motortje in zijn fiets zou gezeten hebben. Het was des te pijnlijker voor de Belgische supporter omdat hun favoriet Tom Boonen toen niet kon volgen. Grappig is dat het gerucht zo hardenekkig was dat de UCI fietsen om kleine motortjes controleerde in de Tour de France van dat jaar.

Auteur: Dromos
Meer informatie
De Muur is 14 maal opgenomen geweest in de Ronde van Vlaanderen. In de jaren '50 van de vorige eeuw volledig kasseiweg, sinds 1970 eerst 325 meter asfaltweg en daarna kasseiweg. De helling kent een hoogteverschil van 68 meter (top op 101 meter), een gemiddeld stijgingspercentage van 9,1% met een maximum van 20%. Door de chaotische taferelen in de jaren 1950-1952 (zoals de Koppenberg ze later kende) werd daarna enkel de Kloosterstraat beklommen (tot en met 1969). In 1981 komt de lus om de kapel op de top er bij, de lus kent een stijging van maximaal 17%. Het hoogteverschil wordt nu 77 meter en het gemiddeld stijgingspercentage 9,3%.

Auteur: RouteYou Info
Meer informatie
Stenen windmolen aan de oostelijke straatzijde met landschappelijk fraaie ligging op de Verrebekekouter. Oprichting van de Verrebeekmolen als aanvankelijk oliewindmolen door J.B. van Damme waarschijnlijk aangevat circa 1789 en mogelijk volgens jaartal 1803 op staart pas dan voltooid. Eind 19de eeuw gewijzigd in graanmolen. Na plaatsing van een elektrische motor (1919) nog in bedrijf tot 1938. Afname van de molenkap en gevlucht in 1953 leidde tot verder verval van de molen. Na voorlopige herstelling van de afdekking veroorzaakte een storm in 1983 zware dakschade; aanvankelijk geplande dakherstelling bleek ontoereikend en restauratie noodzaakte tot volledige ontmanteling van de Verrebeekmolen.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
In het wielrennen is de Valkenberg heuvel vooral bekend als beklimming in de wielerklassieker Ronde van Vlaanderen. Het is een van die venijnige klimmetjes waar de RvV om bekend staat. Eertijds een smalle kasseiweg (beklommen in de Rondes van 1959 tot 1973), in 1973 geasfalteerd en pas weer opgenomen in de editie van 1996, daarnaast ook in de edities van 2005, 2006 en 2007. In 1959 wordt de klim in de Ronde gesitueerd tussen de Statieberg en de Kloosterstraat, in 1960 tussen de Varentberg en de Kloosterstraat, van 1961-1966 tussen de Edelareberg en de Kasteelstraat, van 1967-1969 tussen de Kloosterstraat en de Kasteelstraat, in 1970 tussen de Muur en Semmerzake, in 1971 en 1972 tussen de Muur en Berg Hostellerie en in 1973 tussen de Varentberg en de Muur. In 1996 komt ze terug, nu tussen de Berendries en de Muur-Kapelmuur (daar tussenin ligt Tenbosse, maar deze is nog geen officiële klim). In de edities van 2005-2007 ligt ze tussen de Berendries en Tenbosse. Daarnaast is de Valkenberg 22 maal opgenomen in de Omloop Het Volk. Ook wordt hij wel eens opgenomen in Dwars door Vlaanderen. Karakteristieken: Top:98m Hoogteverschil: 53m Lengte: 875m Gemiddelde Stijging: 6,06% Steilste stuk: 15%

Auteur: RouteYou Info
Meer informatie
Het Burreken een beschermd natuurgebied van 220 hectaren, waarvan momenteel 33 ha door Natuurpunt als reservaat worden beheerd. Talloze bronbeekjes ontspringen er uit de al even talrijke bronnetjes en hebben in zich in het verleden diep in het landschap ingesneden. De begroeiing in dit zwaar golvende bosgebied is de typische bronbosvegetatie: zwarte els, gewone es en hazelaar. Vooral in het voorjaar is het Burreken spectaculair mooi om te bezoeken. Dan zorgen onder meer het wit van de bosanemoon en het blauw van de wilde hyacinth voor een kleurrijk tapijt. Het gebied is vrij toegankelijk op bestaande wegen en gemarkeerde paden.

Auteur: Toerisme Brakel
Meer informatie
De Eikenberg is een helling en straat in Maarke, een dorp de Vlaamse Ardennen in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. De kasseien op de Eikenberg zijn sinds 1995 beschermd als monument. De weg klimt omhoog van de Maarkebeek en de Maarkeweg naar de heuvel Kerselareberg . Ten westen ligt Ladeuze, ten oosten de Kapelleberg.
De Eikenberg werd meermaals opgenomen in het parcours van de wielerklassieker Ronde van Vlaanderen. Het is een korte, niet steile klim van 1200 meter, met kasseienstroken.

Auteur: Wikipedia
Meer informatie
Opheffing van het omringend kerkhof bij keizerlijke ordonnantie van 9 oktober 1784 en inrichting als parkje, in 1849 voorzien van een omheining met inmiddels verdwenen ijzeren ketting tussen behouden arduinen paaltjes. Parochie opgericht in 1110, zie oorkonde van bisschop Odo van Kamerijk. Na de omvorming van de bisdommen in 1559 horend tot het bisdom Gent. Opgetrokken uit Doornikse kalkhardsteen en breuksteen voor de oudste delen en bak- en zandsteen voor de delen uit de 16de eeuw. Kerk volledig opgericht in Doornikse gotiek of Scheldegotiek. Bouw aangevat in 1234 aan de oostzijde met koor, kooromgang en kruisingspijlers onder leiding van de oudst bij naam vermelde bouwmeester in Vlaanderen, Arnold van Binche (confer herdenkingssteen in koormuur, in 1835 verborgen achter bronzen kopie). Kort erna oprichting van toren en transept en vermoedelijk eind 13de eeuw bouw van schip. Eind 13de tot begin 14de eeuw aanbrengen van wijzigingen aan noordtransept en vergroten van vensters. Overwelven van schip en transept in de periode 1502-16. Sloop van zuidelijke zijbeuk en bouw van een nieuwe beuk met laat-gotische zijkapellen van Balegemse zandsteen in de periode 1523-30; ook toevoeging van een kleine sacristie in de zuidoksel van het transept. In 1561 toevoeging van een renaissanceportaal tegen de noordtranseptarm. Na de beeldenstorm (1566, 1572) werden in de 17de eeuw het meubilair vernieuwd en verscheidene herstellingswerken uitgevoerd. Later (circa 1700) toevoeging van inmiddels verdwenen Sacramentskapel tegen de koorsluiting, een tweede sacristie (1839-41) en een portiek voor de calvarie tegen noordtranseptgevel (eerste kwart van de 19de eeuw). Grondig gerestaureerd onder leiding van architect A. Van Assche in de periode 1877-1904, ontwerpen vanaf 1871, onder meer sloop van renaissanceportaal in 1878 en toevoeging van nieuwe sacristie. Eveneens ingrijpende restauratie van interieur en vernieuwing van meubilair van 1877 tot 1904. De plattegrond ontvouwt een basilicale kerk met een driebeukig schip van vier traveeën en twee zijkapellen van elk twee traveeën tegen de Zuidelijke zijbeuk, uitspringend transept van drie (noorden) en twee (zuiden) traveeën, rond traptorentje in oksel van zuidtransept en koor, koor van twee traveeën en vijfzijdige absis en kooromgang, sacristieën tegen zuidtranseptarm. Westelijke puntgevel gevat tussen versneden steunberen; spitsboogportaal omlijst met archivolten rustend op zuiltjes met knopkapiteel. Erboven tweeledig spitsboogvenster, geflankeerd door kleine tweelichten onder spitsboogvormige blindnissen. Middenbeuk verlicht door drielichten gevat in rondboognissen, zijbeuken verlicht door spitsboogvensters tussen steunberen. Voor de bovenlichten loopt een buitengalerij. De Zuidelijke zijkapelgevels zijn uitgewerkt met puntgevels met kruisbekroning, gescheiden door versneden steunberen, de vensters zijn spitsboogvormig en voorzien van vierdelig gotisch maaswerk. Noordtranseptarm (Scheldekant) monumentaler uitgewerkt dan zuidtranseptarm. Noordelijke gevel van noordtranseptarm geflankeerd door steunberen uitlopend in voor de Scheldegotiek kenmerkende ronde hoektorentjes versierd met arcade op zuiltjes; venster circa 1300 vervangen door hoog spitsbogig tweelicht met gotisch maaswerk en roosvenster samengevat onder een rondboogvormige ontlastingsboog; in oostgevel spitsboogvormig drielicht en roosvenster, spitsboogportaal en gelijkaardige bovenlichten als schip. Zuidtransept in oostgevel verlicht door twee drielichten samengevat in rondboog. Achthoekige kruisingstoren met hoge gekoppelde spitsboogvormige galmgaten; overgang van vierkante onderbouw naar achthoekige bovenbouw door middel van trompen, uitwendig driehoekige schildjes. Vensters van koor en kooromgang in de vorm van spitsboogvensters en drielichten met deelzuiltjes, typerend voor de Scheldegotiek. Rond traptorentje in oksel van het zuidtransept en de kooromgang, leidend naar het triforium en via het triforium verbonden met het ernaast (zuidoostelijke hoek van de transeptarm) gelegen traptorentje aanvangend ter hoogte van de kroonlijst van de kooromgang en leidend naar de buitenloopgang en de zolders. Interieur. De neogotische polychromie werd in 1935 vervangen door de huidige rode beschildering en oker in de Zuiderkapellen. Spitsboogvormige scheibogen rustend op zuilen met achtkantige basis en bladkapitelen, erboven triforium met spitsboogarcade van Doornikse steen en daarboven de bovenlichten. Kruisribgewelven en spitsbogige gordelbogen op colonnetten met koolbladkapiteel. Witbepleisterde bakstenen gewelven in middenbeuk en noordelijke zijbeuk, vermoedelijk uit het eerste kwart van de 16de eeuw; in zuidelijke zijbeuk en zijkapellen onbepleisterd. Gewelfribben van schip, Zuiderpartij en transept van zandsteen met hardstenen aanzetten op colonnetten met knopkapitelen; de gordelbogen in de zuiderkapellen zijn in imitatiezandsteen bepleisterd. Gewelven en gewelfribben van koor, omgang en kruising van Doornikse hardsteen, met uitzondering van twee gerestaurreerde traveeën. Gebundelde kruisingspijlers met koolbladkapitelen met dubbele bladerkrans. Tussen koor en kooromgang eveneens geprofileerde spitsbogige scheibogen op zuilen met dubbele bladerkrans. Marmerbekleding rondom kruiswegstaties van 1935. Het 13de-eeuwse dakgebinte bleef volledig bewaard. Mobilair. Schilderijen: Drieluik met "De Schepping" van J. Snellinck, in 1609 gemaakt als altaarstuk van het hoofdaltaar, thans in de zuiderkapel van Onze-Lieve-Vrouw van de Scapulier; "Doopsel van de Heilige Augustinus door de Heilige Ambrosius van Milaan", 1653; "Kruisvinding door de Heilige Helena" van Simon De Pape van 1672, oorspronkelijk in het penitentenklooster; vroeg-16de-eeuwse copie van "Madonna met de vis" van Rafaël; "Heilige Ignatius van Loyola", naar Rubens, en "Sint-Stanislas de Kosta", beide uit de 17de eeuw en afkomstig van het Jezuïetenklooster; "Heilige Simon Stock ontvangt de Scapulier van Onze-Lieve-Vrouw van de Karmel", 17de-eeuwse grisaille. Beeldhouwwerk: houten polychroom beeld van Onze-Lieve-Vrouw ter Water of ter Walle, vermoedelijk uit de 16de eeuw en naar verluidt afkomstig van het eind 19de eeuw gesloopte kapelletje Ten Walle aan de huidige Louise Mariekaai; diverse houten beelden uit de 17de en de 18de eeuw, onder andere witgeschilderd en afkomstig van biechtstoel en het gesloopte Onze-Lieve-Vrouwealtaar. In koor zwikken verfraaid met acht beelden onder baldakijn door J. Carbon naar ontwerp van A. Van Assche van 1883. Houten triomfkruis van Aloïs De Beule van 1906. Hoogaltaar met marmeren treden; plint, tombe en tafel in hardsteen; zandstenen retabel en verguld eiken tabernakel van architect A. Van Assche van 1880-82 (naar ontwerp van 1878). Arduinen zijaltaren met zandstenen retabels van A. Van Assche in neogotische stijl van 1880. Twee houten neogotische retabels op marmeren altaartafels in de zuiderkapellen, respectievelijk toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van de Scapulier en aan Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën, vervaardigd naar ontwerp van A. Van Assche van 1883. Neogotisch eiken koorgestoelte (1880), communiebank (1880) en kansel (1884) naar ontwerp van A. Van Assche. Eiken renaissance-biechtstoel uit de 17de eeuw en twee neogotische biechtstoelen in mahonie en in eik uit de 19de eeuw. Orgel van O. Schyven (Brussel) van 1886; orgelkast door J. Vossaert-Blanchard, naar ontwerp van A. Van Assche. Marmeren doopvont met koperen deksel uit 18de of 19de eeuw. Vervaagde muurschildering uit de 14de of de 15de eeuw op zuidwestelijke kruisingspijler. Doksaal en tochtportaal van 1884 naar ontwerp van A. Van Assche in neogotische stijl. Tochtportaal in noordtransept van 1893. Neogotische koorafsluiting tussen koor en kooromgang in ijzersmeedwerk naar ontwerp van A. Van Assche van 1885 en uitgevoerd door M. Vanderbrugge en V. Warie. Op koper geschilderde kruisweg gevat in arduinen omlijsting van F. Coppejans van 1911-20 in kooromgang. Glas-in-loodramen van A. Ladon in neogotische stijl: vijfentwintig glasramen in kooromgang (1935), zeventien bovenlichten in koor (1935) en een in het dubbel drielicht van noordtranseptarm (1934). Glasramen in de zuiderkapellen van J. Dobbelaere van 1909. Voorts glasramen naar ontwerp van A. Deloore uit 1958-60. Praalgraven, thans geplaatst aan weerszij van portaal (westgevel), van Josse de Joigny, heer van Oudenaarde, eerste ber van Vlaanderen, baron van Pamele en streek tussen Marke en Ronne, overleden in 1504, en zijn echtgenote Iosine van Rokeghem; en van ridder Philippe de Locquenghien, heer van Oudenaarde, eeste ber van Vlaanderen en baron van Pamele en de streek tussen Marke en Ronne, gestorven in 1620, en zijn echtgenote Valérie de Cotereau. Talrijke grafstenen vooral samengebracht in de vloer van de zuiderkapel. Vier grafstenen in de noordelijke buitenmuur.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
De Koppenberg wordt ook de "Bult van Melden" genoemd. Het was en is nog steeds een gevreesd stuk tijdens de Ronde van Vlaanderen. Door de smalle holle weg en de onregelmatige kasseien stond de Koppenberg in het verleden garant voor spektakel. Sinds de reconstructie en het verbod op voor publiek plaats te nemen langs het smalle gedeelte is het iets minder spectaculair geworden. De eerste 120 meter is asfalt, maar dan volgt een strook van 430 meter kasseiën. Het gaat langzaam met een hellinssterkte van 12% tot maximaal 22% omhoog. Totaal is de klim 550 meter. De beslissing om geen volgwagens en publiek meer toe te laten kwam in het jaar 2002 na een val van de renner Jesper Skibby, toen zijn fiets overreden werd door een volgwagen. Voordien had ook Hinault eens geweigerd om deel te nemen voor dit soort gevaarlijke toestanden. Ook een ander berucht incident speelde zich af in op deze helling op 3 april 1977. Op de Koppenberg krijgt Freddy Maertens een andere fiets aangereikt en een support duwt hem bijna tot aan de top. Maertens kan aansluiten bij Eddy Merckx en aartsrivaal Roger de Vlaeminck. Merckx moet lossen en Maertens hoort dat hij gediskwalificeerd is, wegens het duwen op de Koppenberg. De Vlaeminck belooft hem geld als hij doorfietst om het kopwerk te doen. Onder luid gejoel en boe-geroep wint Roger de Vlaeminck de rit.

Auteur: RouteYou Info
Meer informatie
De Taaienberg is dé berg van Tom Boonen. Tommeke test er graag zijn benen, ook in de Omloop het Nieuwsblad van 2012. Lars Boom wil Boonen echter nog voorbij, en kiest voor rechts, de kant van het gootje. Daar is geen plaats, Boonen zet zijn schouder en de Nederlander kukelt van zijn fiets. Geeft Boom achteraf toe: "Het was een domme actie van mij.'.

Auteur: Bahamontes
Meer informatie
"Herberg Moeder Stiene" is een landelijke herberg, volgens lokale bron sinds 1782 al zogenaamd "Moeder Stiene". De cafénaam zou verwijzen naar de toenmalige uitbaatster van deze afspanning, Christine De Wulf uit Armentières die vooraf als kwartiermeester diende in het leger van Napoleon. De herberg staat op de hoek achter vier knotlinden en is bouwkundig erfgoed sinds 05-10-2009. Gunther Vandermeirsch is sinds 2011 de vijfde generatie van uitbaters. Wekelijks is er ook kaartersclub "De plankierkaarters" actief op woensdagmiddag. Bij het binnenkomen valt een kleine pancarte op met publiciteit voor hun huisbier 'tripel Moeder Stiene' . Volgens uitbater Gunther was hij al jaren van plan om unieke streekbieren en hapjes te serveren. Tripel Moeder Stiene is zijn eerste huisbier en wordt door een kennis hobbybrouwer gebrouwen en rechtstreeks uit het vat getapt. Snoodaards denken dat de kennis van de patron hobbybrouwer De Hr. Xavier Vanneste uit Brugge is en gokken op Straffe Hendrik Naast zijn huisbier heeft Gunther maar liefst een 90- tal bieren op zijn kaart staan. Voor wie een hongertje heeft kan proeven van zijn zelf klaargemaakte escargots. En ook zijn brochettes zouden een smaaksensatie zijn. Voor wie eens in de Vlaamse Ardennen vertoeft is het zeker een aanrader om eens binnen te wippen.

Auteur: Willem Vandenameele
Meer informatie
Midden in het bos staat de Geuzentoren, een ronde toren opgetrokken in ijzerzandsteen. Bouwheer M. Scribe liet zich in 1864 wellicht meeslepen door de 'follies' van die tijd om bizarre, romantische bijgebouwtjes in Engelse stijl op te trekken. Na een inspirerende wandeling in het bos in 1888 stonden Omer Wattez en zijn vriend, de dichter Pol De Mont, op de Geuzentoren het landschap te bewonderen. En sinds Pol De Mont toen uitriep: 'Maar dat zijn hier de Vlaamse Ardennen!', werd dit het koosnaampje voor de streek.

Auteur: Agentschap voor Natuur en Bos
Meer informatie
Zogenaamd "Hoge Mote", ook "Kapittelhuis" genoemd, thans onder meer Stedelijk Museum voor de Geschiedenis van de Textiel. Eind 13de eeuw of begin 14de eeuw aangekocht of geschonken aan het Sins-Hermeskapittel (confer kapitulaire akten van 1446 zogenaamd "Domus Capitularis" of "Hoghe Mote"). Tot de Franse overheersing meestal in handen van de kanunniken. In 1623 beschreven als "huys ende mote van den heer canonick Muldere", pastoor van Sint-Martinuskerk (1618-1625). Eind 17de eeuw (zie jaartal 1696 op poort) vernieuwd of verbouwd en bewoond door de proost van het kapittel. In 1794 verkocht en sindsdien in privé-bezit. Door huwelijk komt F.F. Fostier de Landenbourg, eerste vrederechter van Ronse, begin 19de eeuw in bezit van de "Hoge Mote". Later is het bekend als "Huis van Dobigies" naar de tweede echtgenoot van mevrouw Fostier-Meuris. Verkoop in 1864 aan de textielfabrikant J.L. Lejour-Van de Capelle. In 1866 in het bezit van J. Cambier-Robette die nog hetzelfde jaar de oostelijke vleugel laat optrekken en oprichting van de zogenaamde "Etablissements Cambier-Robette". Bouw van een mechanische weverij op een deel van de overwelfde wal aan westelijke zijde door zijn weduwe Ch. Cambier-Dubois in 1905 en 1913. In 1926 uitgebreid door L. Cambier-Delbar tot de Bruul. Grondige restauratie en aanpassing van de gebouwen in opdracht van J. Cambier-Ganseman volgens bouwplannen van 1940-42 naar ontwerp van architect L. De Wilde. Stopzetting in 1963 en verkoop aan de stad in 1964. Gebouwen ter beschikking gesteld van het Rijksarchief. Sloping van een deel van fabriek aan de Bruul in 1970. Westelijke fabrieksvleugel sinds 1984 ingericht als textielmuseum met een uitgebreide collectie weefgetouwen.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
De Grote Markt is het centrum van handel en vertier. Er zijn hier ook heel wat stadsdiensten gevestigd. Wist je trouwens dat er op plein maar liefst tweemaal per week een markt is. Dat is vrij uniek in Vlaanderen.

Het oude stadhuis werd in het begin van de jaren 50 vervangen door het gebouw dat je nu ziet. Er worden kunstwerken bewaard van Constant Permeke, Victor Van Hove en Jean Bologna.

Op de dakruiter van het stadhuis kan je een dubbele arend zien, het is het wapenschild van Ronse. Hij prijkt ook op de obelisk waar je uiteraard niet naast kunt kijken.

De obelisk is de eerste openbare fontein van Ronse, en dateert uit de 19de eeuw. Hij is 12 meter hoog en heeft onderaan 4 waterbekkens met zuiver water afkomstig van de groene heuvels rond de stad. Op de bol bovenaan stond vroeger een kroon met de letter W van Willem I, Koning der Nederlanden. Bij de onafhankelijkheid van België in 1830 werd die eraf gesloopt. De grote kroon wordt bewaard in het textielmuseum, maar de W is mysterieus verdwenen.

Auteur: TVO
Meer informatie

Ter Kruissens molen. Stenen korenwindmolen aan de straat, vlakbij de hoek met Rijksweg, bovenop de vroeger zogenaamde "Cruys bergh", thans "Mons de la Cruche". Wellicht sinds de 15de eeuw al een molensite. Melding van de molen in midden 16de eeuw (onder meer in 1556 als eigendom van de heer van Ladeuze te Etikhove). Vermoedelijk aanvankelijk alleen oliemolen, nadien waarschijnlijk olie- en graanmolen en tenslotte alleen graanmolen. Bouwjaar onbekend. Vermeld als "hoogmeulen ter Cruycen" in landboek van Nukerke van 1768-1774 doch ontbreekt op de Ferrariskaart (1771-1778). Omschrijving als nieuwgebouwde oliemolen in document van 1831, kan op een heropbouw van de molen kort voordien wijzen; wellicht vervanging van een houten door een stenen windmolen. In werking tot circa 1940. Daarna binnenin aangepast tot woning, als dusdanig in gebruik tot 1979. Uitbating thans niet meer mogelijk wegens onder meer ontbreken van gevlucht, onvolledig binnenwerk en ingeslotenheid door omringende bebouwing. Opeenvolgende molenaarshuizen ten noordwesten (zie Rijksweg nummers 201, 203 en 187).



Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
Karel Van Wijnendaele was een pionier van de Vlaamse sportjournalistiek. Hij was de vijfde in een gezin van vijftien kinderen. Omdat de leerplicht in België nog niet was ingevoerd, ging Van Wijnendaele vanaf zijn veertiende levensjaar werken. In 1912 stichtte hij met enkele andere journalisten de sportkrant SportWereld. Het jaar daarop werd hij hoofdredacteur en organiseerde hij ter promotie van zijn krant voor de eerste maal de Ronde van Vlaanderen. Nadat het blad tijdens de Eerste Wereldoorlog niet meer verscheen, hervatte Van Wijnendaele in 1919 zijn activiteiten in SportWereld. Hij werd in 1925 mede-eigenaar en in 1931 eigenaar van het blad, tot het in 1939 evenals de Ronde overgenomen werd door Het Nieuwsblad. Tot zijn overlijden bleef hij er de sportrubriek leiden. Karel "Koarle" Van Wijnendaele verbond de wielersport met de Vlaamse ontvoogding. Hij voedde de mythe van de flandrien, de eenvoudige volksjongen die door middel van taaie wilskracht een kampioen kon worden. Hij ligt begraven op het kerkhof te Sint-Martens-Latem.

Auteur: Dromos
Meer informatie
De Knokteberg is een helling in de Vlaamse Ardennen in de gemeente Kluisbergen ), vernoemd naar het gehucht Knokt op de top. De helling wordt ook wel Côte de Trieu genoemd, naar het gehucht Trieu aan de voet. De helling ligt aan de zuidoostelijke zijde van een grotere heuvel die als de Kluisberg wordt aangeduid en die wordt bedekt door het Kluisbos. Ten noordoosten van de Knokteberg klimmen de Oude Kwaremont en de Nieuwe Kwaremont omhoog. Ten westen van de de Knokteberg ligt de helling van de Horlitin.
De helling is 14 maal beklommen in de Ronde van Vlaanderen, altijd na de Kluisberg en voor de Oude Kwaremont. Uitzondering was 2011, toen zat ze na de Nieuwe Kruisberg en voor de Oude Kwaremont.

Auteur: Wikipedia
Meer informatie

Athugasemdir

    You can or this trail